Naar nieuwsoverzicht

Dit bericht komt uit ons nieuwsarchief.
Hierdoor kunnen sommige gegevens verouderd zijn.

13 november 2012

De belangrijke reden waarom in Nederland bacteriën steeds vaker ongevoelig zijn voor antibiotica, is het toenemend gebruik bij mensen en in de veehouderij. Mogelijk is er nog een andere oorzaak: resistente darmbacteriën die naar Nederland komen in het lichaam van reizigers naar tropische oorden. Om hierachter te komen, werkt de Travel Clinic Havenziekenhuis mee aan een multicenter-onderzoek: de COMBAT-studie, een afkorting voor Carriage of Multiresistant Bacteria After Travel. Het onderzoek wordt uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen het AMC in Amsterdam, het Erasmus MC in Rotterdam, het Maastricht UMC+, de Universiteit Utrecht, de Ease Travel Clinic Zuid-Limburg , de Travel Clinic van het Tropencentrum AMC en de Travel Clinic van het Havenziekenhuis.

De onderzoekers vragen aan reizigers die van plan zijn de tropen te gaan bezoeken of ze bereid zijn aan het onderzoek deel te nemen. Deelnemers aan de studie worden tot een jaar na hun bezoek gevolgd en zullen minimaal drie en maximaal zes keer hun ontlasting opsturen voor onderzoek. ‘Degenen die ontlasting hebben opgestuurd, krijgen als dank een Fokke & Sukke cartoon die speciaal is gemaakt voor deze studie is gemaakt’, zeggen de arts-onderzoekers.

De onderzoekers zijn op zoek naar resistente darmbacteriën. Deze geven vooral in Azië maar ook in andere bestemmingen, steeds meer problemen. Uit eerdere kleine onderzoeken is gebleken dat reizigers bacteriën van hun vakantieoord kunnen meenemen naar huis. Dragerschap is voor gezonde mensen geen probleem, maar als ze een infectie krijgen door die resistente bacteriën, dan is de behandeling een stuk ingewikkelder.

Het nieuwe onderzoek wil achterhalen hoe vaak de resistente bacteriën op deze wijze naar Nederland reizen en wat er dan gebeurt. Verdwijnt de bacterie in de loop van een paar maanden vanzelf uit het lichaam van de toerist of niet? Daarom moeten de vrijwilligers aan de studie tot een jaar na de reis blijven meedoen aan het onderzoek.

De tweede onderzoeksvraag is of deze bacteriën ook overgedragen kunnen worden aan huisgenoten die niet mee op reis zijn geweest. Om die reden wordt aan vierhonderd achtergebleven huisgenoten van deelnemers gevraagd om ook mee te doen. Het komende jaar worden de vrijwilligers geworven. De resultaten zijn over een aantal jaren bekend.