Naar nieuwsoverzicht

Dit bericht komt uit ons nieuwsarchief.
Hierdoor kunnen sommige gegevens verouderd zijn.

16 november 2010

Afgelopen zaterdag vond in de BE Ruyszaal een bijeenkomst plaats, waarvoor zowel leden van de regio Rotterdam van de Diabetesvereniging Nederland als patiënten van ons ziekenhuis waren uitgenodigd. De BE Ruyszaal was afgelopen zaterdag helemaal gevuld. Gezien de overweldigende belangstelling zal deze bijeenkomst die met steun van Novo Nordisk was georganiseerd, in 2011 nogmaals worden gehouden.

Aantal mensen met diabetes in Nederland

Fred de Jong, voorzitter van de Rotterdamse regio, stond in zijn inleiding stil bij Wereld Diabetes Dag waaraan de dag erna in zo’n 160 landen aandacht zou worden besteed.  Hij gaf aan dat diabetes de komende jaren epidemische vormen zou aannemen. Voor Nederland zou dit betekenen dat in 2025 zo’n 1,3 miljoen mensen diabetes zouden hebben van wie velen – schattingen gaan uit van 250.000 mensen – niet weten dat zij diabetes hebben. Dit is ook de reden dat tot 2013 in Nederland vooral aandacht zal worden besteed aan bewustwording, zelfzorg, educatie en de gevaren van diabetes.

Polineuropathie

Eén van de twee inleiders was Bart Smits, als neuroloog verbonden aan het Havenziekenhuis. Hij ging uitgebreid in op polineuropathie, een complicatie die vaak voorkomt bij mensen met diabetes. Aan de orde kwam allereerst wat polineuropathie is. Dit is een aandoening van de uiteinden van vooral de langste zenuwen in vooral de voeten. De verschijnselen van polineuropathie kunnen bestaan uit gevoelsstoornissen (meer of juist minder gevoel), minder positiegevoel en krachtsvermindering. Meestal beginnen de verschijnselen in de tenen of voeten en uit de aandoening zich in tintelingen die over het algemeen nog dragelijk zijn tot heftige pijnen en het idee dat voeten in brand staan. Uit onderzoek is naar voren gekomen dat ongeveer de helft van de mensen die diabetes hebben, deze aandoening hebben maar dat zo’n 10% van de mensen met diabetes hier in meer of mindere mate ook daadwerkelijk last van ondervindt. Smits ging verder in op de risicofactoren. Zo komt de aandoening meer voor bij mannen en lange mensen en hebben mensen die insuline spuiten, bij wie de nieren zijn aangetast of die roken en/of alcohol drinken, meer risico om polineuropathie te ontwikkelen.
Vervolgens stond Smits stil bij hoe polineuropathie wordt vastgesteld. Zo wordt met een prikker beoordeeld of mensen nog gevoel in voeten en benen hebben en of zij trillingen voelen. In dit laatste geval wordt een stemvork op een teen gezet. Ook kan een EMG-onderzoek (= elektromyografie) worden uitgevoerd. Dit onderzoek duurt gemiddeld tien minuten en is over het algemeen niet pijnlijk. Wordt getwijfeld of sprake is van polineuropathie dan wordt het bloed op een aantal zaken gecontroleerd, onder andere op vitaminetekorten en op problemen van de schildklier. Ook kan bij twijfel een MRI-scan van de rug worden gemaakt om vast te stellen of sprake is van polineuropathie of hernia. Over de behandeling vertelde Smits dat tot op heden geen medicatie beschikbaar is. Wel is er medicatie om de pijnen te verlichten omdat gewone pijnstillers vaak niet helpen. Het is helaas zo dat voorkomen beter is dan genezen. Voor mensen met diabetes is dan ook het advies om de bloedsuikerwaarden goed onder controle te houden want hoe beter dit gebeurt des te minder er kans is op polineuropathie.
Vanuit de zaal werd na afloop een groot aantal vragen gesteld. Onder andere of het spuiten van insuline invloed heeft op polineuropathie. Smits gaf aan dat in tegenstelling tot het slikken van medicatie er in deze gevallen sprake is van een ernstiger vorm van diabetes als gevolg waarvan er een grotere kans op polineuropathie bestaat. Ook werd gevraagd of er een relatie bestond tussen een tekort van vitamines waaronder vitamine B1 en B12 en het ontstaan van polineuropathie. Hierover gaf Smits aan dat polineuropathie ernstigere vormen kan aannemen als sprake is van een fors B1- en B12-vitaminetekort. Overigens raadde Smits af om deze vitamines dagelijks te slikken omdat het namelijk niet zonder gevaar is.

Carpaal tunnel syndroom

Om met een iets prettiger verhaal af te sluiten ging Smits hierna in op het Carpaal tunnel syndroom dat een beknelling van een zenuw in de pols is. Dit geeft vooral ’s nachts tintelingen in de hand en kan een minder gevoel geven in hand en vingers. Deze aandoening komt vooral bij vrouwen voor en komt bij mensen met diabetes vaker voor. Om deze aandoening vast te stellen wordt bij patiënten onderzocht of er nog gevoel in de hand is. Zo nodig kan een EMG-onderzoek worden uitgevoerd. De aandoening kan behandeld worden door een spalk aan te leggen, ontstekingsremmers in de hand in te spuiten en/of een operatie uit te voeren. In het laatste geval wordt de verbinding tussen de pink en de duimmuis doorgeknipt. Deze behandelingen hebben alle drie zowel voor- als nadele. Een operatie geeft het beste resultaat.

Reizen en diabetes

Na de lezing van Smits besteedde Van Beek, als internist verbonden aan ons ziekenhuis, aandacht aan reizen en diabetes. Zij ging in op de reisgebonden (duur, bestemming en wijze van reizen) en reizigersgebonden risico’s in het algemeen en voor mensen met diabetes in het bijzonder. Zo raadde zij aan om altijd goed voorbereid op vakantie te gaan en gaf zij aan waarom mensen met diabetes meer risico lopen als zij naar bestemmingen gaan waar de omstandigheden sterk afwijken van die in Nederland. Zo kan de bloedglucose bij mensen met diabetes ontregeld raken met alle gevolgen van dien. Dit kan gebeuren als er een verandering optreedt in dieet, klimaat, inspanning en/of tijd(verschillen). Ook wees zij hierbij op de invloed van reisziekte en infecties. Ter preventie raadde Van Beek aan om op reis vaker de bloedglucose te meten, anderen te informeren dat men diabetes heeft, de bloedglucosewaarden niet te laag in te stellen, voldoende vocht in te nemen en tegen ziekte zoals malaria zich te beschermen.
Verder raadde Van Beek aan een reisverzekering met voldoende dekking af te sluiten en een medisch paspoort, een douaneverklaring (bij insulinegebruik) en een reserve bloedglucosemeter en extra teststrips mee te nemen om problemen te voorkomen. Voor mensen die insuline spuiten, raadde zij aan om extra insuline, een reserve insulinepen en een koeltas mee te nemen waarin de insuline kan worden bewaard. Verder ging zij in op de maatregelen die als gevolg van het vliegen door tijdzones moeten worden genomen en op de houdbaarheid van insuline als mensen in (sub)tropische gebieden verblijven. Afhankelijk van de wijze van bewaren en de temperatuur waarbinnen insuline wordt bewaard, kan dit betekenen dat insuline onbruikbaar wordt. Tenslotte ging Van Beek nog in op de vaccinaties die van belang kunnen zijn als mensen met diabetes in (sub)tropische gebieden reizen, en op de extra risico’s als sprake is van complicaties zoals nefropathie (aandoening van de nieren) en polineuropathie. Van Beek eindigde haar verhaal met het advies dat goed voorbereid op reis gaan veel problemen voorkomt.